Voor de zoveelste keer zitten mijn lief en ik tegenover de arts in het ziekenhuis. Ditmaal voor het evaluatiegesprek na drie keer IUI. Deze afspraak hebben we gemaakt op de dag van de derde IUI-behandeling met het idee “dan staat ‘ie maar vast”. Natuurlijk hadden we gehoopt dat we de afspraak af konden zeggen, of konden verschijnen met blij nieuws. Maar helaas, ik ben nog steeds niet zwanger. Ondertussen neemt het tussentijds bloedverlies weer toe, wat kan getuigen van een terugkeer van de (lichte vorm van) endometriose. “Wat raadt u ons aan?” vragen mijn man en ik bijna in koor, nadat de arts de mogelijke oorzaken van de uitblijvende zwangerschap en de behandelmogelijkheden uiteen heeft gezet. Haar antwoord is duidelijk: “IVF”. Met deze optie hadden we rekening gehouden en stiekem hadden we er misschien zelfs een beetje op gehoopt. Maar toch. “Willen jullie daar nog over nadenken?” vraagt de arts, maar eigenlijk is dat niet nodig. We kiezen voor de behandeling met de grootste kans. Het verlossende woord is er dus uit.

Terwijl de arts de verdere procedure uitlegt en meedeelt dat mijn cyclus drie maanden ‘plat’ gelegd zal worden door middel van Lucrin, beginnen bij mij de tranen te vloeien. Om wel duizend redenen. “Waarom is de IUI niet gewoon gelukt? Waarom word ik niet gewoon zwanger en waarom is dit hele medische circus voor ons noodzakelijk?”. Nutteloze vragen, maar ze blijven door mijn hoofd spoken. Ik heb maandenlang geroepen dat we door middel van IUI zwanger zouden worden en dat we het hoofdstuk IVF nooit zouden bereiken. Daar was ik van overtuigd. IVF is eng, het is pijnlijk, het is technisch, het is zo…onnatuurlijk. En vooral, het is ineens zo’n grote stap verder. Het voelt daarbij tegenstrijdig om drie maanden kunstmatig in de overgang gebracht te worden, alvorens zwanger te kunnen raken. De komende tijd zal onze enige kans op een zwangerschap door middel van IVF zijn. De kans om het ‘zelf’ te doen lijkt verkeken. Ik weet wat die hormonen met een vrouw kunnen doen en ik ben als de dood om mezelf te verliezen. Ik ben 29 jaar, gezond, ik sta vrolijk en bruisend in het leven en straks ben ik misschien een frigide hormoonbom. Dit traject gaat veel van ons vragen, veel meer dan IUI tot dusver heeft gedaan. Ik ben verdrietig en boos, al weet ik niet precies op wie.

De arts praat door. Ik luister maar half en ik hoop van harte dat mijn lief beter bij de les is en mij straks nog één en ander kan vertellen. “We kunnen dit alleen aan als we goed voor ogen houden waar we het voor doen”, zegt manlief later op de avond. En daar heeft hij gelijk in. Maar op dit moment voelt het allemaal zo onwerkelijk en zo oneerlijk.

Karin